Wat te doen op Streymoy? Goede vraag, want dit eiland wordt soms een beetje overschaduwd door Vágar, waar de luchthaven ligt en veel bekende highlights zitten. Maar Streymoy verdient echt z’n eigen dag. Je vindt hier Tórshavn, maar ook smalle wegen, stille dorpen, zwarte stranden, hoge watervallen en plekken waar je vooral komt voor de ligging.
Wij maakten een route over Noord-Streymoy langs Saksun, Fossá en Tjørnuvík. Dat bleek een hele fijne combinatie. Saksun is klein en fotogeniek, Fossá is een makkelijke stop bij de hoogste waterval van de Faeröer, en Tjørnuvík ligt aan een zwarte baai met uitzicht op de beroemde rotsen Risin og Kellingin.
In deze blog neem ik je mee langs onze route op Streymoy. Niet als complete encyclopedie van het eiland, maar als praktische dagroute met plekken die goed bij elkaar passen. En ja: neem je regenkleding, goede schoenen en wat geduld mee, want de wegen zijn soms smal en het weer blijft hier gewoon de baas.

Dit lees je in deze blog
Streymoy: het grootste eiland van de Faeröer
Streymoy is het grootste eiland van de Faeröer. Ook de hoofdstad Tórshavn ligt hier, waardoor veel reizigers sowieso op Streymoy komen. Maar zodra je de stad uitrijdt, voelt het eiland al snel rustig en leeg. Zeker in het noorden.
Daar vind je de route waar wij vooral enthousiast van werden: Saksun, Fossá en Tjørnuvík. Drie totaal verschillende stops, maar samen geven ze een mooi beeld van dit deel van de Faeröer. Je rijdt door dalen, langs watervallen, over smalle wegen en eindigt aan zee.
Wij sliepen zelf in een boerderijhuis in de buurt van Kollafjørður. Dat lag handig voor deze route. Je zit rustiger dan in Tórshavn, maar nog steeds centraal genoeg om Streymoy goed te ontdekken.
Onze route over Noord-Streymoy
Als je één dag hebt voor Noord-Streymoy, dan zou ik deze volgorde aanhouden:
- Saksun: klein dorp, oude boerderij, lagune en waterval.
- Fossá Waterfall: korte stop bij de hoogste waterval van de Faeröer.
- Tjørnuvík: zwart strand, knus dorp en uitzicht op Risin og Kellingin.
Je kunt deze route natuurlijk ook andersom doen. Dat hangt vooral af van waar je slaapt, het weer en hoeveel tijd je wilt nemen bij Saksun. Wil je bij Saksun naar de black sand beach lopen, check dan ook het getij. Dat bepaalt of je daar veilig kunt wandelen.
Wij vonden deze route vooral fijn omdat je niet de hele dag in de auto zit, maar wel veel afwisseling krijgt. Saksun voelt groen en afgelegen, Fossá is kort en krachtig, en Tjørnuvík is een mooie afsluiter aan zee.

Stop 1: Saksun, piepklein dorp met grote uitzichten
Saksun is waarschijnlijk de bekendste stop van deze route. Het dorp ligt in een soort natuurlijke kom tussen de bergen, met een lagune, een oud boerderijmuseum en een waterval. De weg ernaartoe is smal, maar prachtig. Je rijdt door een groen dal met steeds weer watervallen langs de bergwanden.
Wij bezochten Dúvugarðar, de oude boerderij in Saksun. Daar betaal je 150 Deense kroon per persoon voor. Eerlijk: dat vonden we best veel voor wat je krijgt. Zeker op de Faeröer, waar je bij veel andere plekken gewoon gratis naar een waterval of uitzichtpunt kunt lopen.
De boerderij zelf is wel leuk om even te zien. Je loopt door een oud huisje dat honderden jaren oud is en tot ongeveer 1940 bewoond werd. Inmiddels is het een klein museum met oude spullen, foto’s en kamers die laten zien hoe mensen hier vroeger leefden. Verwacht geen groot museum, meer een soort oude modelwoning op een prachtige plek.

Wat wij eigenlijk het mooiste vonden, was de omgeving rond de boerderij. Je kunt een klein stukje omhoog lopen naar de waterval. Bij ons was het modderig, dus goede schoenen waren handig. Maar je komt wel heel mooi dicht bij het water en kunt daar toffe foto’s maken.

Wil je meer weten over de kosten, de boerderij, de waterval en de route ernaartoe? Lees dan onze uitgebreide blog over Saksun op de Faeröer.

Stop 2: Fossá Waterfall, de hoogste waterval van de Faeröer
Na Saksun is Fossá een hele logische tussenstop. Dit is de hoogste waterval van de Faeröer en toch hoef je er nauwelijks moeite voor te doen. Je rijdt erlangs, parkeert de auto en ziet de waterval eigenlijk meteen.
Fossá is ongeveer 140 meter hoog en valt in meerdere delen naar beneden. Vooral na regen is hij indrukwekkend. En laten we eerlijk zijn: regen vinden op de Faeröer is meestal niet zo moeilijk.
Wij vonden Fossá heel mooi, maar ook typisch zo’n plek die geen lange planning nodig heeft. Je stopt, loopt eventueel een stukje dichterbij, maakt foto’s en rijdt weer verder. Reken op 15 tot 30 minuten. Dat is precies genoeg.
Juist omdat Fossá zo makkelijk bereikbaar is, zou ik hem niet overslaan als je naar Tjørnuvík rijdt. Het is geen hoofdactiviteit, maar wel een hele fijne onderbreking onderweg. Lees hier onze korte blog over Fossá Waterfall op de Faeröer.

Stop 3: Tjørnuvík, zwart strand en uitzicht op reuzen
Tjørnuvík ligt helemaal aan het einde van de weg in het noorden van Streymoy. En die weg is meteen onderdeel van de ervaring. Smal, soms spannend, langs de rotswand en de oceaan. Je moet goed blijven opletten, zeker met tegenliggers, maar het eindpunt is prachtig.
Het dorp ligt in een diepe baai met een zwart strand. Vanaf het strand kijk je uit op Risin og Kellingin, twee bekende zeestapels in zee. In het Nederlands worden ze vaak de Reus en de Heks genoemd. Volgens de legende wilden ze de Faeröer naar IJsland slepen, maar veranderden ze in steen toen de zon opkwam.
Wij vonden Tjørnuvík vooral een fijne plek om rustig rond te lopen. Geen groot programma, geen druk dorp, maar wel zwarte stenen, zee, bergen en frisse lucht. Met een baby is het ook gewoon een goede stop om even uit de auto te komen.

In het hoogseizoen verkopen lokale bewoners soms Faeröerse wafels met koffie of thee. Reken er niet blind op, want dit soort plekken zijn niet altijd open, maar als je geluk hebt is het precies wat je wilt na een winderige route.
Lees ook onze blog over Tjørnuvík op de Faeröer.
Wat kun je nog meer doen op Streymoy?
Heb je meer tijd op Streymoy, dan kun je nog een paar extra plekken toevoegen. Wij hebben niet alles gedaan, omdat reizen met een baby soms ook gewoon betekent dat je keuzes maakt. En soms laat je een wandeling liggen, omdat het even niet handig uitkomt.
Kluftáfossur
Kluftáfossur is een waterval bij Haldarsvík. Deze hadden wij op de lijst staan, maar hebben we uiteindelijk overgeslagen. De wandeling wordt vaak omschreven als een korte, maar wat ruigere hike langs een rivierbedding, met modderige en gladde stukken. Met een baby kwam dat op dat moment gewoon niet zo handig uit.
Heb je goed weer, stevige schoenen en wat extra tijd, dan kan Kluftáfossur een mooie aanvulling zijn op je route door Noord-Streymoy. Maar ik zou hem niet proppen in een toch al volle dag met Saksun, Fossá en Tjørnuvík.
Tórshavn
Tórshavn ligt ook op Streymoy en is de hoofdstad van de Faeröer. Het is de meest praktische plek voor restaurants, boodschappen en accommodaties. Heb je wat meer tijd, wandel dan door Tinganes, de oude wijk met rode houten huizen, of gebruik Tórshavn als uitvalsbasis voor dagtrips.
Kirkjubøur
Ten zuiden van Tórshavn ligt Kirkjubøur, een historisch dorp met oude gebouwen en uitzicht richting de eilanden Hestur en Koltur. Dit past goed in een andere Streymoy-dag, vooral als je cultuur en korte stops wilt combineren.
Vestmanna Sea Cliffs
Aan de westkant van Streymoy liggen de Vestmanna Sea Cliffs. Daar kun je boottochten maken langs hoge kliffen en vogelrotsen. Dit is een heel andere ervaring dan Saksun en Tjørnuvík, maar wel interessant als je nog een extra dag op Streymoy hebt.
Kun je Saksun, Fossá en Tjørnuvík op één dag doen?
Ja, dat kan prima. Dit is juist een hele logische dagroute over Noord-Streymoy. Je moet alleen niet te laat starten en niet verwachten dat je overal uren blijft hangen.
Voor Saksun zou ik 1 tot 2 uur rekenen, afhankelijk van of je Dúvugarðar bezoekt en/of naar de lagune wilt wandelen. Fossá kost meestal 15 tot 30 minuten. Voor Tjørnuvík is 30 tot 60 minuten genoeg, tenzij je blijft zitten voor wafels of gewoon lekker lang naar de zee wilt kijken.
De wegen zijn goed, maar soms smal. Plan daarom niet te strak. Zeker op de weg naar Saksun en Tjørnuvík moet je rustig rijden en rekening houden met uitwijkplekken, tegenliggers en soms ook tourbussen.
Overnachten op Streymoy
Voor deze route is overnachten op Streymoy heel handig. Wij sliepen in een boerderijhuis in de buurt van Kollafjørður. Dat vonden wij een fijne plek: rustig, maar toch centraal genoeg voor Saksun, Fossá, Tjørnuvík en Tórshavn.

Wil je ongeveer zo zitten als wij? Bekijk dan accommodaties in de buurt van Kollafjørður. Je zit daar rustiger dan in de hoofdstad, maar nog steeds handig voor een route over Streymoy.
Wil je vooral praktisch zitten, dan is Tórshavn de makkelijkste keuze. Je hebt daar meer restaurants, winkels en accommodaties. Wil je juist rustiger zitten, kijk dan naar accommodaties buiten de stad, bijvoorbeeld richting Kollafjørður of Noord-Streymoy.
Combineer je Streymoy met Vágar, dan kun je ook een paar nachten op Vágar plannen. Lees daarvoor onze blog over wat te doen op Vágar.
Streymoy heeft een mooie mix van praktische uitvalsbasis en ruige natuur. Je hebt de hoofdstad voor comfort en voorzieningen, maar rijdt ook zo naar stille dorpen, watervallen en zwarte stranden.
Voor ons was vooral Noord-Streymoy verrassend mooi. Saksun voelde afgelegen en fotogeniek, Fossá was kort maar indrukwekkend, en Tjørnuvík was een fijne afsluiter aan zee. Het zijn geen plekken waar je dagenlang blijft hangen, maar samen vormen ze een hele sterke route.
Heb je een paar dagen op de Faeröer, dan zou ik Streymoy zeker niet overslaan. Begin bijvoorbeeld met Vágar, rijd daarna door naar Streymoy en plan minimaal één dag voor Saksun, Fossá en Tjørnuvík. Dan heb je meteen een mooi beeld van hoe afwisselend deze eilanden zijn.

Boek eenvoudig je reis naar de Faeröer Eilanden
Hotels & appartementen
Auto huren


